De toren van Babel. Deel I

De Toren van Babel
Een kritische blik op het landbouwbeleid.

Voorwoord
Hiertoe aangemoedigd door familie en kennissen was voor mij aanleiding tot het
bundelen van een aantal geschreven artikelen, in de vorm van een boek.
Voor een boek geldt dat het niet zomaar een bundeling is van een al of niet bepaald aantal bladzijden. Bladzijden zijn meestal de dragers van een gebeuren dat zich afspeelde in het hoofd van de schrijver, een gebeuren waarbij de schrijver al schrijvende wordt meegevoerd door de figuren door hem zelf bedacht. Die figuren zelf en de door hem bedachte situaties dicteren hem vervolgens hoe het gebeuren zich verder zal voltrekken.

Dit boek is slechts een bundeling van een aantal artikelen welke op een
uitzondering na werden gepubliceerd op de agrarische site >landbouw.paginablog.nl <
Zij berusten niet op fantasie, maar zijn een betoog, en geven de opvatting weer over, en kritiek op ontwikkelingen in de agrarische sector. Ontwikkelingen die, zoals ik meen, wellicht te vaak werden aangestuurd, niet uitgaande van op kennis geschoeide waarneming, maar door die van gegroeide vanzelfsprekendheden, aangereikt door maatschappelijke groeperingen die inspelende op behoudende sentimenten in de
samenleving, hun betwijfelbare waarheden met valse argumenten onderbouwend, door
middel van voortdurende propaganda en het voeren van bedenkelijke acties, deze niet
alleen als vanzelfsprekendheden hebben doen verankeren in die samenleving. Neen, deze vanzelfsprekendheden hebben vervolgens geleid tot inwilliging van eisen die middels zgn. “publiekvriendelijke” acties, bij voorbeeld voor de ingang van als fout aangemerkte winkelbedrijven, moesten bewerkstelligen dat klanten zich zouden schamen er binnen te gaan, en waarbij het winkelbedrijf zich moest afvragen hoe zijn concurrent daarop zou reageren.

Een aantal artikelen maken duidelijk dat ook de wetgeving op dit terrein onder
invloed staat van de hier genoemde manier van actievoeren.
Ook belangen van milieuorganisaties en die van de agrarische sector die, al hoewel
meestal om andere redenen, beider belangen blijken te zijn, hebben geleid tot vaak
merkwaardige convenanten. Vooral het artikel “Zijn Braziliaanse boeren moderne slaven” laat zien hoe opportunisme de principes verkwanselt. Ook wordt duidelijk dat met protectionistisch landbouwbeleid niet alleen de onderontwikkelde landen een groot onrecht wordt aangedaan, maar ook dat dit wellicht een der voornaamste oorzaken is van het huidige voedseltekort in de wereld.
Het boek omvat 23 artikelen, waarvan “De toren van Babel”, als metafoor voor alle
spraakverwarring, als eerste. De artikelen volgen zo veel mogelijk de hoofdstukken uit het eerst genoemde, waaruit bovendien een enkel citaat werd over genomen. Een aantal er van zijn vertalingen van de Amerikaanse geleerde Dennis T. Avery. Ook zijn zoon Alex heeft met het artikel “De waarheid rond ecologisch voedsel” zijn bijdrage er aan toe gevoegd.

Dennis Avery is lid van het wetenschappelijk genootschap aan het Hudson Instituut. Hij heeft zijn basis in Churchville V.A. en is directeur aan het Hudson Institute’s center voor Global voedselonderwerpen. Alex Avery is leiding gevend bij het onderzoekcentrum voor Global voedselonderwerpen, en is auteur van het nieuwste boek The truth about Organic Foods.

Niet alleen heb ik de Avery’s bereid gevonden mij hun fiat te geven tot het vertalen en publiceren van hun artikelen. Ook op mijn verzoek er mee akkoord te gaan, mocht ik besluiten ook hun artikelen op te nemen in het uit te geven boek, verkreeg ik hun
volledige medewerking. Met dank aan de schrijvers Dennis T. Avery, zijn zoon Alex, familie en vrienden die mij aanmoedigden het boek te verwezenlijken, maar ook de heer Scholten, die als beheerder van de site zijn fiat gaf voor het uitgeven van het boek, laat ik het oordeel over deze collage graag aan de lezer.

De schrijver.

Inhoudsopgave
Inhoudsopgave ………………………………………………………………………………………………………….. 5
De Toren van Babel……………………………………………………………………………………………………. 7
Zijn Braziliaanse boeren moderne slaven? ………………………………………………………………… 33
De waarheid rond biologisch voedsel ………………………………………………………………………… 39
Andere geluiden………………………………………………………………………………………………………. 43
Globalisatieangsten………………………………………………………………………………………………….. 47
Europa geeft zich gewonnen t.a.v. de Biotechnologie …………………………………………………. 53
Zure regels………………………………………………………………………………………………………………. 55
Koeien van mensen………………………………………………………………………………………………….. 59
Intelligente varkens………………………………………………………………………………………………….. 63
De bescheiden Ecoboer…………………………………………………………………………………………….. 67
Een derde boeren weg uit landbouw …………………………………………………………………………. 69
De boer van nu trekt uit het landschap zijn euro’s……………………………………………………… 71
Een eerlijk gesprek rond gebruik antibiotica in de veevoederindustrie ………………………… 75
Van blije leggers en kip-onvriendelijke regels. …………………………………………………………… 83
Ecologische pluimveehouders verkregen het recht, de Aziatische vogelgriep te
verspreiden. …………………………………………………………………………………………………………….. 87
Free range kippen en eenden een gevaar voor de mensheid……………………………………….. 89
Lachgas …………………………………………………………………………………………………………………… 91
Heeft CO2 werkelijk invloed op de temperatuur? ………………………………………………………. 97
Euro, recessie, en prijzen. ………………………………………………………………………………………. 101
Waar de wereld nu op wacht: Een Goede Landbouwhandelsoorlog …………………………… 105
De periodieke klimaat kringloop kan niet worden gestopt. ……………………………………….. 107
Leugens over de vrije markt

J.A.M. Beijer
7
De Toren van Babel.
Eens in ver vervlogen tijden deed het zich voor dat de kinderen van Noach zich wensten een toren te bouwen. Een toren die niet alleen moest reiken naar de hemel, maar die moest worden een monument van trots en saamhorigheid. Hij moest ook worden het rustpunt, het centrum van de wereld, hun wereld. Zijn schaduw zou alles wat leeft tot in de verste uithoeken herinneren aan elkaars lotsverbondenheid. Het bindend element van een ondeelbare wereld. Een wereld waar nooit de verschrikking van oorlog en destructie zou knagen aan het menselijk geluk.
Omdat er geen landsgrenzen bestonden haalden zij het voor de toren benodigde
materiaal waar dat het meest voorkwam en het makkelijkst was te bereiken. En zo begon de bouw van het meest spectaculaire bouwwerk dat de wereld tot dan toe had gezien. Het leek allemaal zo mooi, maar terwijl de toren hoger en hoger werd bleek al spoedig dat het naar boven brengen van de benodigde bouwmaterialen steeds meer inspanning vergde Niet alleen de als maar toenemende hoogte maakte het moeilijk; ook het feit dat alles over steeds grotere afstand moest worden aangevoerd, zorgde voor veel onvrede. Daarbij kwam dat de verzoeken voor het naar boven brengen van de voor de bouw benodigde materialen al spoedig niet meer werden begrepen. Woorden verwaaiden in de wind en kwamen steeds vaker in plaats van rechtstreeks, slechts via een echo vanuit verre oorden als vervormde klanken in de ervoor bestemde oren. Het meest rare materiaal kwam ter bestemde plaats aan. In plaats van gevraagde stenen werden speren naar boven gebracht, waar vervolgens de werklieden elkaar mee te lijf gingen en degenen die voor de aanvoer er van verantwoordelijk waren, werden er mee gedood.

En zo werd de toren in plaats van een centripetale, een centrifugale kracht, zodat niet alleen woorden uitwaaierden naar verre windstreken. Ook de mensen, elk van hen
pratend in andere en vreemde klanken, zwierven uit over de wereld en stichtten hun
eigen staat. Zo werden landen elkaars concurrenten en maar al te vaak elkaars vijanden. Zij sloten zich op in hun eigen genoegzaamheid. Alleen de door hen zelf gewonnen producten werden geacht het beste te zijn wat de wereld te bieden had. Producten en grondstoffen uit andere streken werden zoveel mogelijk geweerd, of het aangevoerde belast, zodat de prijs moest worden verhoogd, zodanig dat het voordelig leek de productie van die goederen en het winnen van grondstoffen zelf ter hand te nemen.
De door hen zelf geproduceerde goederen werden, wanneer te veel voor gebruik in eigen land, tegen dumpprijzen op vreemde markten verkocht, terwijl de producenten
schadeloos werden gesteld met de op ingevoerde goederen geinde belastingpenningen.
En zo werden de goedkoop producerende landen gedwongen te stoppen met hun
bedrijvigheid om ten slotte tot armoede te vervallen.
Duizenden jaren en vele oorlogen gingen aan de wereld voorbij, toen wijze mannen en
vrouwen ons leerden dat het voor elk land voordeel oplevert zijn producten te betrekken uit die landen welke deze het goedkoopst kunnen aanbieden, en alleen die goederen te produceren die door hen zelf tegen vergelijkbare of lagere kosten kunnen worden aangemaakt.
En zo wordt sinds een halve eeuw gewerkt aan het “herstel” van de vrije markt, het
uitwisselen van goederen en diensten tussen landen en continenten. Een markt waarop
een ieder en dit zonder enigerlei belemmering goederen en diensten mag aanbieden.

De Toren van Babel
8
Wereldhandel, dat was het ideaal. Niet het nationaal product, maar een mondiaal
geserveerde dis, waaraan elk land naar beste kunnen en met zijn meest voordelig te
realiseren producten via een vrije markt moest kunnen bijdragen.
Maar het verwezenlijken van een vrije markt blijkt niet zo simpel als men zou willen.
Onze bureaucratische instellingen, maar ook de geneigdheid tot protectionisme, die ons sinds het mislukken van het bouwwerk parten speelt, maken dat het proces van
globalisering zich moeizaam en vaak langs moeilijk begaanbare wegen voltrekt. Zoals ooit in de tijd toen men bezig was zich een toren te bouwen die het symbool moest worden van eendracht en welvaart, maar in plaats daarvan het symbool werd van verdeeldheid, blijken ook nu tegenwerkende krachten op te staan, die tweedeling teweeg brengen tussen hen die bereid zijn offers te brengen voor het ideaal van een veiliger en welvarender wereld, en hen die zich hier tegen keren. De tegenstanders van globalisatie pleiten voor het behoud van kleinschalige landbouw, onder het motto dat landbouw hoort bij de samenleving, Maar ook de primitieve landbouw in de onderontwikkelde landen wordt door hen in bescherming genomen tegen de opkomende grootschaligheid in de landbouw wanneer vrije wereldhandel werkelijkheid wordt. Het is hun vrees ook dat multinationals, ook op agrarisch gebied de toon zullen zetten. En verder gelden voor hen bezwaren t.a.v. het milieu en de vrees voor het teloor gaan van cultuureigen waarden.

Rol pastoraat
Een reactie op het artikel “Rol pastoraat voor andere filosofie onder boeren”. Brabants
Dagblad 25 februari 1996. In het artikel wordt de boerenstandsorganisatie verweten dat zij meewerkt aan het uitleveren van de landbouw aan de vrije markt. “De god die geld heet wordt door haar centraal gesteld” In het boek “Ons deel van de arbeid” van Michael Bastiaansen en “Een duurzame boterham” van Gerrit Buunk wordt de kerken een rol toebedeeld in het proces “anders denken” over de toekomst van het boerenbedrijf.
“Boeren moeten, willen zij overleven, afzien van het gangbare landbouwmodel dat
toewerkt naar steeds groter en steeds meer”. Zij moeten aldus deze auteurs kiezen voor “genoeg is genoeg”.
Maar verdraagt het streven naar een open markt een mentaliteit van genoeg is genoeg?
Als men enerzijds de ontwikkeling van een open markt toejuicht als bron van grotere
welvaart voor elke wereldburger, hoe kan men dan verdedigen agrarisch te produceren op een schaal en bij een werkwijze die het onvermijdelijk maakt consumenten, met behulp van vaak obscure redenen, te verleiden de aldus te duur geproduceerde producten te kopen. Dat deze consumenten hiermee de voordelen die een open markt ook voor hen in petto heeft moeten ontberen behoefd geen betoog.
Drogredenen; maar wat de een als misleiding ziet zal bij de ander de heiligste intentie opwekken dingen voortaan anders te doen. Daarom zullen we alvorens dit woord al dan
niet te rechtvaardigen moeten nagaan wat er verscholen gaat achter opvattingen en
drijfveren daarachter. Dominee Pim Verschoor constateert dat “het proces van meer
willen nauwelijks is te stoppen. Vroeger had elk dorp zijn eigen brouwerij. Nu zijn er nog
maar een paar en de groten hebben altijd de kleinen opgeslokt”.
Deze uitspraak doet vermoeden dat nostalgie en de idee van “de goeie ouwe tijd” mogelijk ook ten grondslag ligt aan maatschappelijke weerstanden t.a.v. economische
ontwikkelingen. Toch lijken deze ontwikkelingen niet alleen onvermijdelijk omdat
concurrentie dwingt tot schaalvergroting en omdat de techniek dit mogelijk maakt.
Ook gezien het feit dat de voortschrijdende innovatie op technisch gebied en het al maar groter worden van de dienstensector een toenemende zuigkracht uitoefent op de
arbeidsmarkt, zal aan schaalvergroting en toepassing van moderne middelen, ook in de
landbouw niet te ontkomen zijn.
“Niet meedoen in de race, waarbij je buurman verandert van collega in concurrent”, ligt
naar de mening van een zekere mevrouw van Lire verankerd in een geloofsvisie. “Je land
brengt minder op en mensen kunnen je verwijten dat je bent over gelopen naar de milieu
jongens. Maar tegelijkertijd zie je ook de goede kwaliteit van je producten, de lage
rekening van de dierenarts en het wegvallen van de post kunstmest”. Zij stelt dat bij deze
wijze van werken het een absolute voorwaarde is dat de prijzen “eerlijk blijven”. Niet de
mestmaatregelen, maar “oneerlijke prijzen”, meent zij, zijn het die de boer de das
omdoen. “Oneerlijke prijzen ontstaan wanneer de regering vlees uit Brazilië voor harde
guldens laat importeren”. Zo zou het ook slechts in het belang van de supermarkt zijn,
wanneer die overgaat tot het verkopen van Iers vlees en dus niet in het belang van de
consument. De mening blijkt te hebben postgevat dat het niet de consument is die gebrek
aan belangstelling toont voor ecologische producten. Neen; “afzetmogelijkheden worden
afgehouden door de supermarkten die niet willen meewerken.”
In zijn boek ontdekt Gerrit Buunk perspectief voor een andere instelling van mensen, een
instelling waarin boer, consument, ecoloog en landbouworganisatie samen werken
terwille van een rechtvaardige economie. “De boer moet een redelijke boterham kunnen
verdienen terwijl de aarde niet wordt geschaad”. Volgens hem zou de kerk hierin
pastorale gesprekken op gang moeten brengen waardoor alle betrokkenen zich samen
sterk kunnen maken op deze nieuwe weg.
“Het land brengt minder op, goede kwaliteit van producten, lage rekening van de
dierenarts, het wegvallen van de post kunstmest, oneerlijke prijzen als gevolg van
vleesimport uit Brazilië en het aanbieden van Iers vlees in onze supermarkten”. Zie daar
een aantal punten, dienende om een wijze van produceren te verdedigen die indruist
tegen de doelstellingen van een open markt.
Dat bij lage opbrengst de aarde minder wordt geschaad moet, naar ik aanneem, gebaseerd
zijn op het feit dat geen kunstmest en bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Dat bij deze
wijze van produceren de opbrengst door gebrek aan plantenvoedende stoffen en ook
wegens het optreden van velerlei ziekten en plagen een lage opbrengst voor lief zal
moeten worden genomen lijkt evident. Iets anders is het hoe aan te tonen dat kunstmest
en bestrijdingsmiddelen schadelijk zijn voor het milieu. Hen die het woord scheikunde
niet vreemd is kunnen weten dat plantenvoedende elementen, deel uitmakende van
verschillende soorten meststoffen, hetzij kunstmest of mest door onze huisdieren
geproduceerd, universeel hetzelfde zijn. Hiermee is echter niet alles gezegd: Kalizout is
een verbinding van het element Kalium en Chloor. Zo is zwavelzure ammoniak een
verbinding van zwavelzuur en ammonium. Wegens de zuurresten van beiden moet aan
deze meststoffen een fysiologisch zure werking worden toegeschreven. Hier staat
tegenover echter dat vele andere meststoffen juist een basische uitwerking hebben.
Daarbij mag worden vermeld dat granen, zonnebloemen, bieten, koolraap en enige
anderen het chloor uit kalizouten voor het grootste deel opnemen. Bovendien wordt
tegenwoordig de meeste kunstmest als gemengde meststof in de handel gebracht. Zo
kunnen Chloor en zwavelzuur worden vervangen door de voor planten noodzakelijke
voedingsstoffen, als nitraat en fosforzuur. Wat betreft bestrijdingsmiddelen in de land en
tuinbouw: Het lijkt niet onwaarschijnlijk dat, door de ook op het gebied van bestrijdingsmiddelen een zo explosieve ontwikkeling, in de achter ons liggende decennia
fouten zijn gemaakt. Ongetwijfeld zullen tengevolge hiervan schadelijke stoffen in het
milieu terecht zijn gekomen. Maar we mogen ons hierbij toch afvragen of het terecht is
op grond hiervan te besluiten dat chemische bestrijdingsmiddelen, hoe dan ook, uit den
boze, zijn en daarom het kind met het badwater moet worden weggespoeld. Zeker is dat
zowel wat betreft middelen tegen ziekten alswel die ter bestrijding van onkruid, deze
thans niet alleen zijn toegesneden op specifieke gewassen en ziekten. Maar ook blijken
deze middelen ( koolwaterstoffen ) gemakkelijk afbreekbaar.
Mevrouw van Liere merkt op dat welliswaar de opbrengst lager is, maar zegt zij: “je ziet
ook de goede kwaliteit van je producten”. Afgezien van wormstekig en door schurft
aangetast fruit, door phytoftora aangetaste aardappelen, wanneer bestrijdingsmiddelen
taboe zijn, mag ik aannemen dat de meeste in haar systeem gewonnen producten
kwalitatief goed genoeg zijn. Dat deze producten beter zijn dan die uit de reguliere sector,
blijkt echter niet aantoonbaar. En hoe zit het met de lage rekening van de dierenarts? Is
die werkelijk zo laag? Het is bekend dat loslopende varkens en kippen ver meer te
kampen hebben met vooral parasitaire aandoeningen, om maar te zwijgen van bacteriële
infecties als gevolg daar van. Ik denk dat hier, als zo vaak, de wens de vader is van de
gedachte. Maar hoe zit het met de door haar gedachte “eerlijke prijzen”? Zij vindt het niet
gepast vlees uit Brazilië te importeren en ook het Iers vlees zou niet in de schappen van
de supermarkt mogen voorkomen. Is dit nu echt de manier om tot eerlijke prijzen te
komen? Zolang niet kan worden aangetoond dat er, voor wat de volksgezondheid aangaat,
iets mis is met uit andere landen geïmporteerd voedsel lijkt mij dat een eerlijke prijs in
principe moet stoelen op eerlijke concurrentie. Haar opvatting t.a.v. het uit Ierland
geïmporteerde vlees is toch echt bevreemdend.Terwijl een alom bekende supermarkt
reclame maakt voor het door haar uit Ierland geïmporteerde “greenfield meat”, waarbij is
gebleken dat juist de milieubewuste huisvrouw zich aangesproken voelt, suggereert zij
dat hier slechts het belang van de supermarkt wordt gediend. Wat betreft
afzetmogelijkheden die door de supermakten zouden worden afgehouden; het lijkt mij
dat deze in tegendeel zeker bereid zijn zgn. ecologische producten te verhandelen, mits
dit hun financieel te pas komt.
Wat betekent ecologische landbouw? Voor sommigen onder ons betekent dit het op
kleine schaal voortbrengen van gewassen en dierlijke producten. Dit liefst zonder hierbij
gebruik te maken van welke moderne hulpmiddelen ook. Anderen, die hebben begrepen
dat met de uitvinding van het eerste visnet de exodus uit de agrarische sector een aanvang
nam, weten dat juist hierdoor deelname aan het agrarische productieproces is
voorbehouden aan nog slechts enkele procenten van de bevolking. Agrarische productie
op kleine schaal is dan ook een absurde gedachte. En gezien de toename van de
wereldbevolking en de ook daardoor toenemende vraag naar agrarische producten zal
tegelijkertijd de behoefte aan goede middelen ter bestrijding van ziekten en onkruid
alleen maar groter worden. Naar mijn overtuiging is, ongeacht op welke schaal,
ecologische productie het proces waarbij met alle, door een van haar verantwoording
bewuste overheid toegestane middelen, voedsel wordt geproduceerd. Dat de overheid zich
hierbij moet laten sturen door op wetenschappelijk onderzoek verkregen informatie en
niet door de politiek wanneer die zich laat leiden door obscure milieuorganisaties en
ongefundeerde maatschappelijke opvattingen, behoeft mijns inziens geen betoog.Waarom gemakkelijk?
Waarom gemakkelijk als het ook moeilijk kan? Een aantal argumenten hiervoor zijn al
genoemd. Ook de vrees te worden uitgeschakeld door een moordende concurrentie op de
ophanden zijnde wereldmarkt kan het aanlokkelijk maken voor economisch zwakstaande
ondernemers hun toevlucht te zoeken in een alternatieve wijze van produceren. Maar een
wijze van produceren die niet alleen meer arbeid vergt, maar ook een lagere productiviteit
inhoudt, nodigt uit tot het doen van niet te staven beweringen, aangereikt door milieu en
anti-openmarkt organisaties, die consumenten moet aantrekken de aldus gewonnen
producten tegen een aan deze wijze van produceren aangepaste prijs te kopen.
“De producent moet inhaken op de wens van de consument”. Maar als deze wens
ontstaat als gevolg van valse drijfveren die inhaken op de angst van de consument t.a.v.
zijn product; een angst gevoed door argumenten vanuit milieuorganisaties die niet
schromen het terzake onkundige publiek hun aanvechtbare opvattingen te doen
overnemen, is dit geen goede zaak. Zoals ook bij de opkomst van onze spoorwegen,
alweer meer dan honderd jaar geleden, ontstond een panische angst onder de mensen die
zich tot in die tijd plachten te verplaatsen per paardentractie. Bij elke kruising van een
bospad kon je immers worden overvallen door een aanstormende trein. De paarden
zouden op de vlucht slaan of nog erger; in de paniek van het moment zouden ze er onder
lopen en de passagiers in hun ondergang meesleuren. Dat deze vrees door handelaren in
paarden en exploitanten van het toenmalige vervoermiddel werd gevoed, spreekt voor
zich.
Genetische experimenten.
Als God lijkt verdwenen achter de horizon, blijkt er een dringende behoefte te ontstaan
voor een alternatief. Een alternatief dat moet zorgen dat noch de gewone mens, noch de
wetenschapper zich zal verliezen in experimenten die gevaar kunnen opleveren voor het
voortbestaan van de wereld. De alternatieve “God” wordt niet aanbeden in kerken of
synagogen. Hij vindt onderdak bij nostalgisch ingestelde lieden en bij hen wier belang
het best gediend lijkt door alles te laten voor wat het is. Maar ook bij hen die zijn wraak
over ons afroepen wanneer, zoals zij zeggen, de wetenschap probeert zijn plaats in te
nemen, en tracht het leven naar zijn hand te zetten. Hoe zwaarwegend dit ook mag
lijken, het staat vast dat evolutie en kansspel in de loop van miljoenen jaren de met rede
begaafde mens hebben voort gebracht. In diens grijze cellen lijkt de materie zich zelf
bewust te worden. En is het dan wonder dat sinds het ontstaan van de mens niet meer
alleen het kansspel de gang van zaken bepaalt?
Het gaat hierbij niet alleen om het feit dat sinds het verschijnsel mens de bomen niet
meer bij toeval alleen hun plaats vinden. Ons verstand en onze nooit aflatende
nieuwsgierigheid maakten het mogelijk de materie naar onze wil te ordenen en de
biologische achtergrond van al wat leeft te doorgronden. Niet meer alleen het toeval
bepaalt wat de levende verschijningsvormen ons kunnen bieden. Het doelgericht bijeen
brengen van erfelijk materiaal en dit niet alleen van dieren of planten van hetzelfde
geslacht, maar ook het erfelijk materiaal uit zeer van elkaar verschillende organismen bij
elkaar gebracht blijkt tot wonderbaarlijke resultaten te leiden. Genetisch veranderde
dieren en planten. Planten die door middel van andere soorten ingebrachte genen
immuun blijken voor bepaalde ziekten en plagen. Runderen waar een menselijk gen
werd ingebracht met als resultaat dat de geproduceerde melk een stof bevat die een
bepaalde ziekte bij kinderen voorkomt.

En niet te vergeten gengemanipuleerde dieren, waar mee het wellicht mogelijk wordt in de naaste toekomst dierlijke organen over te brengen op mensen.
Geen zinnig mens wil dat van uit deze mogelijkheid levensgevaarlijke monsters worden
gecreëerd. Die worden ons overigens meer dan ons lief is aangeboden vanuit de evolutie
zelf. Maar zij die dit vrezen kunnen die niet beter hun bezorgdheid richten op bestaande
regimes die niet terug deinzen de vrije wereld te bedreigen met chemische en biologische
vernietigingswapens? Het lijkt mij niet dat deze hiervoor zijn aangewezen op
gentechnologie. Maar wat bezielt mensen die zich hoe dan ook keren tegen elke vorm van
vooruitgang, en ook tegen gentechnologie en wie zijn zij? Een ding lijken zij gemeen te
hebben; dat is hun beroep op de ethiek, hun moraalfilosofie.
Wie zijn deze mensen? Zijn zij het die zich aangetrokken voelen tot, en deel uitmaken
van organisaties en stromingen als antiglobalisme, recht voor dieren, milieu, greenpeace
en small is beautifull? Zij zijn tegen grootschalige landbouw. Kunstmest en moderne
bestrijdingsmiddelen zijn hun een doorn in het oog; zij zijn tegen gentechnologie; tegen
het houden van dieren op commerciële basis en natuurlijk ook tegen globalisatie,
waarvan de open markt een onderdeel vormt. Zij hebben weinig behoefte aan een wereld
zonder grenzen, laat staan een wereldmarkt. Hun markt is er een van ideeën en die zijn
niet aan grenzen gebonden. Zo als de wind, zij gaan waarheen ze willen. Misschien zelfs
brengt een wereld zonder grenzen de zaak, waar zij voor zeggen te staan, te veel in het
ongewisse. Deze mensen houden zich niet alleen bezig met het thema dat de naam van
hun organisatie doet vermoeden. Het lijkt er meer op dat ze in feite allemaal lid zijn van
een en de zelfde organisatie.Vast staat dat zelfs het woord “globalisatie” hen op de
barricaden brengt. Globalisatie, zeggen zij, heeft enkel tot doel en resultaat dat de rijke
landen er beter van worden en de armen armer. De onderontwikkelde landen worden
naar hun mening of naar hun zeggen nog meer afhankelijk. Zij zien liever dat de mensen
daar worden geholpen en gestimuleerd hun kleinschalige akkertjes op hun eigen
kleinschalige wijze te blijven bewerken. Maar grootschalige en gemechaniseerde
landbouw zal zeer zeker ook in de derde wereldlanden de plaats gaan innemen van de
primitieve werkwijze die tot op heden slechts tot armoede en honger leidde. Dat dit
waarschijnlijk zal worden ingeleid door ook in financieel opzicht belanghebbenden van
buiten deze gebieden mag geen excuus zijn die ontwikkeling tegen te houden. En mogen
we ons hierbij ook afvragen of het de zelfde maatschappelijke groeperingen waren die
zich tijdens de gloriedagen van het communisme sterk maakten voor het consumeren
van de Cubaanse rietsuiker? Toen werd het van de daken geschreeuwd dat die niet alleen
beter was dan de door ons geproduceerde. Zij vonden het bovendien misdadig rietsuiker
met invoerheffingen te belasten en vervolgens onze bietsuiker met behulp van
exportsubsidies op de wereldmarkt te dumpen. Met dat laatste hadden zij gelijk. Wel
vraag ik me hierbij af wat de werkelijke drijfveren waren achter deze schijnbaar zo nobele
gedachte.

Babylonische spraakverwarring

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s