Armeense genocide.

Armeense-genocide

Een eeuw nadat de genocide begon, weigert Turkije nog altijd om de waarheid te accepteren. Maar omwille van de christenen die vandaag de dag vervolgd worden, mag het verleden niet vergeten worden.


Een recente inval in het Armeense Kassab.


In maart vorig jaar kwamen berichten naar buiten over een nachtmerrie die werkelijkheid werd in de Armeense stad Kassab, in het noorden van Syrië. Een horde van aan Al-Qaeda gelieerde terroristen viel de stad binnen en verdreef de christelijke bewoners uit hun voorouderlijke huizen. Er werd op grote schaal gemeld dat het Turkse leger hen had geholpen of, in het beste geval, een oogje had dichtgeknepen. Een van de ooggetuigen, een inwoner van Kassab, meldde: “Voor zonsopgang werden we wakker van een verschrikkelijke regen aan projectielen en raketten die op onze stad neerkwam.” Hij vertelde dat duizenden extremisten de stad binnenstroomden, een stad die alleen werd verdedigd door inwoners met jachtgeweren. Een andere inwoner vertelde de verslaggevers: “We moesten vluchten met alleen onze kleren. We konden niets meenemen, niet eens het meest kostbare – een handjevol aarde uit Kassab. We konden geen waardevolle spullen en aandenken meenemen.” Voor de mensen van Kassab had de nieuwe aanval een beklijvende historische weerklank, die herinneringen oproept aan een van de ergste massamoorden in de geschiedenis: de Armeense Genocide van 1915.
Herdenking en betoging in Jeruzalem
De maand erna, april 2014, werd in de Armeense wijk van Jeruzalem de jaarlijkse herdenking van de genocide gehouden. Deze liep uit op een emotionele demonstratie bij het Turkse consulaat, uit solidariteit met Kassab. Ik keek toe hoe betogers zongen, scandeerden en de terugkeer van de bevolking van Kassab eisten. De verdrijving uit Noord-Syrië was bijzonder angstaanjagend voor de Armeniërs die ik sprak, omdat Kassab in het verleden meer dan eens meedogenloze aanvallen onder Turkse handen had geleden. De allereerste was het bloedbad in Adana in 1909, waarbij zo’n 160 bewoners hun leven verloren. In de Armeense genocide, zes jaar later, overleden 5.000 mensen uit het gebied. Tragisch genoeg was een deel van de 21e-eeuwse inwoners die Kassab ontvlucht waren, nakomelingen van de overlevenden; zij herinneren zich het verhaal van hun voorvaderen maar al te goed. Op 24 april 1915 werden enkele honderden Armeense intellectuelen opgepakt en later vermoord door de Turkse autoriteiten.
Het woord “genocide” is geen overdrijving. Zoals John Kifner schreef in de New York Times: “Het Centrum voor Holocaust en Genocide Studies van de Universiteit van Minnesota heeft cijfers verzameld voor de provincie en de regio. Die laten zien dat er 2.133.190 Armeniërs in het keizerrijk van 1914 waren en slechts ongeveer 387.800 in 1922.” Dit vloeide voort uit wat de krant een eeuw eerder had beschreven als een “uitroeiingbeleid gericht tegen de Christenen in Klein-Azië.”

Na de arrestatie en de daaropvolgende slachting van Armeense professoren, advocaten, artsen, geestelijken en andere elite, kreeg een wijdverspreide terreur de gemeenschap in zijn greep. De Turken begonnen huis na huis te doorzoeken op wapens, onder het voorwendsel dat de Christenen zich hadden bewapend voor een opstand. De meeste huizen hadden geweren of pistolen voor zelfverdediging, wat als voldoende excuus diende om grote aantallen Armeense mannen te arresteren, die werden geslagen, gemarteld en gedood.

Armenië

Een lopend concentratiekamp.

Degenen die het overleefden waren voornamelijk vrouwen, kinderen en ouderen. Zij kregen het bevel om te beginnen aan wat is omschreven als een “lopend concentratiekamp.” Ze kregen de mededeling dat ze werden “geherhuisvest” in afgelegen gebieden, ter bescherming van hun Turkse buren. Ze werden als dieren voortgedreven met zwepen knuppels, onder schot gehouden en amper van voedsel of water voorzien. De alleroudsten en allerjongsten waren de eersten die onderweg stierven. Vele moeders werden gek, omdat ze hun baby’s en peuters zagen lijden en sterven. Er waren veel zelfmoorden. De ooggetuigenverslagen en foto’s zijn hartverscheurend. In een doordringend essay in de New Yorker beschreef Raffi Khatchadourian de wreedheid van de gedwongen marsen. “Wanneer ook maar een van hen achterbleef, zou de politieman haar met de kolf van zijn geweer slaan en tegen de grond werken, totdat zij doodsbang opstond en zich weer bij haar lotgenoten aansloot,” schreef hij. “Als iemand door ziekte niet meekwam, werd ze ofwel achtergelaten, alleen in de wildernis, zonder hulp of comfort, om ten prooi te vallen aan wilde dieren, ofwel beëindigde een politieman haar leven door een kogel.”
20150413 Armeense genocideDe Veertig Dagen van Musa Dagh
Een van de sterkste beschrijvingen is afkomstig uit De Veertig Dagen van Musa Dagh, een historische roman, geschreven in de jaren ’30 door de Oostenrijkse Jood Franz Werfel. Zijn minutieus onderzochte kroniek en waar gebeurde verhaal gaat over de gemeenschap in Musa Dagh. De bewoners trotseerden de bevelen van de Turkse regering om te worden “verplaatst”. In plaats daarvan bewapenden zij zich met verouderde wapens en vochten voor hun leven. Op bijna wonderbaarlijke wijze overleefden ze het: uiteindelijk zagen Franse schepen hun vlag die met een kruis was getooid en redden hen. Het boek is een portret van een bijzondere plek en tijd, maar ook een eerbetoon aan de menselijke moed, vindingrijkheid en visie. Velen schrijven de gevechtsbereidheid van de Joden in de Poolse getto’s toe aan de aanmoediging van De Veertig Dagen van Musa Dagh. Zij boden weerstand, tot de dood toe, aan de nazi’s die vastbesloten waren om hen uit te roeien. Het is niet verbazingwekkend dat Franz Werfels boeken werden verbrand door het Derde Rijk.

Wel of geen genocide.

Het is tegen deze met bloed besmeurde achtergrond dat de huidige Armeense nazaten weigeren om de wereld de bijna voltrokken vernietiging van hun land te laten vergeten. Op 24 april 2015 zullen zij herdenken wat honderd jaar geleden plaatsvond: de genocide waarin de Turkse regering niet alleen 1,5 miljoen Armeense Christenen afslachtte, maar ook één miljoen Griekse en Assyrische Christenen.
Het was heel duidelijk een genocide, gericht tegen Christenen. Zoals de Duitse historicus Michael Hesemann duidelijk maakt, werden deze onschuldigen gedood om expliciet religieuze redenen. “Uiteindelijk werden Armeniërs niet gedood omdat ze Armeens waren, maar omdat ze Christenen waren,” vertelde hij aan het katholieke persbureau Zenit. “Armeense vrouwen werden verteld dat ze zouden worden gespaard als zij zich bekeerden tot de Islam. Zij moesten vervolgens met Turkse mannen trouwen, werden verkocht op slavenmarkten of gedwongen als seksslavinnen te werken in bordelen voor Turkse soldaten, maar in ieder geval overleefden ze. Een hele groep geïslamiseerde crypto-Armeniërs ontstond door dit aanbod zich bij de Islam aan te sluiten. Hieruit blijkt dat de Armeniërs niet werden gedood omdat ze Armeniërs waren, maar omdat ze Christenen waren. ”

Net zoals nu bereikte het nieuws van de bloedbaden het Westerse publiek, maar slechts enkelen spraken zich uit.. anderen wanneer het te laat was. Uitzonderingen waren Henry Morgenthau, de Amerikaanse ambassadeur in het Ottomaanse Rijk en paus Benedictus XV, die had geprobeerd om de Europese mogendheden aan tafel te krijgen, maar daarin niet was geslaagd. In Hesemanns woorden: de Paus “kon niet blijven zwijgen en protesteerde drie keer, twee keer in persoonlijke brieven aan de Sultan en een keer in zijn toespraak tijdens een consistorie.” Zijn poging om de Armeense genocide te stoppen is een indrukwekkend voorbeeld van hoe het Vaticaan probeerde wat menselijkerwijs mogelijk was om onschuldige slachtoffers van een van de grootste misdaden in de geschiedenis te redden. Tegelijkertijd laat het, hoe teleurstellend ook, zien dat de Vaticaanse diplomatie niet de intenties van fanatieke ideologen kan veranderen.

De geschiedenis herhaalt zich.

10271225_10203836426293156_8382934455871053487_o

Hoe vertrouwd lijkt dit alles vandaag de dag. Door middel van nieuwsberichten, video’s en documentaires weten we veel over de opzettelijke verdrijving en vernietiging van de Christenen in het Midden-Oosten, niet alleen door de Islamitische Staat (ISIS), maar ook door aan Al-Qaeda gelieerde groepen als Al-Nusra, die Kassab aanviel. Deze groepen hebben niet alleen in Syrië gedwongen bekeringen, afpersing en moorden op hun geweten, maar ook in de Irakese Nineveh-vlakte, sinds de tweede eeuw een christelijk gebied. Hier werden ongeveer 60.000 christelijke bewoners gedood of verdreven, zijn kerken ontheiligd en worden alle symbolen van hun geloof en hun geschiedenis vernietigd.
In juni 2014 begon IS de Christenen van Nineveh te dwingen om hun huizen onmiddellijk te verlaten. Jonge mannen die zich verzetten tegen het bevel van IS om “zich te bekeren, djizja-belasting te betalen of weg te gaan”, werden doodgeschoten of erger. Ouderen en baby’s hadden het meest te lijden op de lange, hete tocht die volgde, omdat de meesten van hen die vluchtten geen voedsel of water met zich mee mochten dragen. De overlevenden werd alles afgepakt dat ze bezaten. Uiteindelijk strompelden ze Erbil binnen, de hoofdstad van Iraaks Koerdistan.

Verhalen van de vluchtelingen.

Toen ik de christelijke vluchtelingen bezocht in Ankawa, de christelijke enclave van Erbil, hoorde ik hetzelfde verhaal keer op keer herhaald worden. De bewoners van hele christelijke steden, gemeenten en dorpen kregen weinig tijd om hun huizen te verlaten, binnen 24 uur, en soms slechts binnen enkele minuten. Hun bezittingen werden gestolen. De vluchtelingen verloren hun persoonlijke geschiedenis, hun identiteit. Ze raakten hun paspoorten, geboorte- en doopbewijzen, diploma’s, nationale identiteitsbewijzen, commerciële licenties en eigendomspapieren kwijt. Ze moesten persoonlijke waardevolle spullen, zoals geërfde sieraden, aandenkens, foto’s en familiestukken, afgeven of achterlaten. De terroristen pakten hun auto’s, contant geld, mobiele telefoons, computers, zakelijke en persoonlijke bestanden af. Tegen de tijd dat ze aankwamen in Erbil en in elkaar zakten van uitputting op kerkpleinen en op trottoirs, hadden ze alles verloren. Hun christelijk geloof was bont en blauw geslagen. In sommige gevallen was alle hoop verloren.

“Waarom doet de christelijke wereld niets?”
Hier in Israël krijg ik de vraag van Joden, waarvan sommigen nakomelingen zijn van overlevenden van de Holocaust: “Waarom doen jullie niets voor de vervolgde Christenen in het Midden-Oosten?” In veel opzichten is het een goede vraag. Een christenheid die wereldwijd verdeeld is, lijkt niet in staat te zijn om er veel aandacht aan te besteden, nog minder om te protesteren of iets of in gang te zetten. Ze zou veel kunnen leren van het succes van gericht Joods activisme tijdens de onderdrukking van Sovjet-Joden. Eén van de weinige landen die asiel bood aan de ontheemde Assyrische vluchtelingen was Armenië, hoewel de manieren om dit land te bereiken uiterst moeilijk zijn. Andere christelijke landen, die de middelen hebben om te helpen, zijn niet bereid om dat te doen. Ze zijn bang om de schijn van deelname aan een kruistocht te wekken en om boze opinies van moslims.
Toekomstige wreedheden alleen maar waarschijnlijker bij ontkenning
Zelfs de officiële herdenking van de Armeense genocide wordt afgezwakt, zodat het niet een Turkse staat provoceert die de gruweldaad altijd heeft ontkend. Toch heeft deze weigering om de eerste genocide van de 20ste eeuw te erkennen de toekomstige wreedheden alleen maar waarschijnlijker gemaakt. Vanaf 1918 werd de genocide grotendeels genegeerd in het publieke debat. Dat gebeurde niet in het minst door Duitsland, dat wenste te zwijgen over het gedrag van zijn bondgenoot tijdens de oorlog en zijn impliciete schuld-door-associatie en stilzwijgen. Deze wijdverspreide ontkenning was zodanig, dat toen Hitler in 1939 plannen maakte voor zijn “Endlösung” voor de Joden, hij zijn beruchte uitspraak kon doen: “Wie immers spreekt vandaag de dag nog over de vernietiging van de Armeniërs?”
Troost voor de Christenen in het Midden-Oosten
Paus Franciscus heeft het niet nagelaten om zich uit te spreken. Op zondag 12 april refereerde de Heilige Vader aan de massamoorden in 1915 als de “eerste genocide van de 20ste eeuw.” Dat riep een woedende reactie op van Turkije, dat onder leiding van de toenemend islamitische president Tayyip Erdogan weigert om de genocide te erkennen als een geplande vernietiging. Maar voor de Christenen in het Midden-Oosten, voor wie de genocide in 1915 niet gewoon een historisch feit is, maar een voortdurende nachtmerrie, zullen de woorden van de paus een grote troost zijn geweest. Erkenning van de miljoenen Armeniërs, Grieken en Assyriërs die hun leven verloren tijdens de genocide van 1915 is niet enkel een manier om de geschiedenis vast te leggen, maar ook om hoop te bieden aan mensen die lijden onder vervolging vandaag de dag.
Volharding in het herdenken en in het vertellen
De christelijke wereld – katholiek, orthodox en protestants – moeten volharden in het herdenken van de Armeniërs en anderen die omkwamen. En we moeten volharden in het vertellen over de wreedheid, ondergaan door de huidige Christenen in het Midden-Oosten en daarbuiten, die ook te maken hebben met uitzetting en vernietiging. Met Gods hulp zullen we nooit vergeten.

Noch zullen we zwijgen.
Door Lela Gilbert, co-auteur van Persecuted: The Global Assault on Christians

Dit artikel verscheen voor het eerst in de nieuwste editie van het Catholic Herald magazine (17 april 2015).

 

Genocide in de naam van Allah

De uitvoerders van de Turkse genocide op de Armeniërs en andere christenen in het begin van de twintigste eeuw, handelden niet uit bezorgdheid voor hun natiestaat maar simpelweg zoals opgedragen door hun bloeddorstige god.

http://paperboatsofpoetry.blogspot.nl/2015/02/genocide-in-de-naam-van-allah.html

white-slaves

Eerdere etnische zuiveringen tijdens het Ottomaanse Rijk:

 

Zo zijn tussen 1822 en 1915 meerdere pogroms/bloedbaden aangericht onder christenen. De onderstaande (niet volledige) opsomming per jaar betreft uitsluitend ongewapende burgers. Alleen doden worden vermeld, bij alle gebeurtenissen werden tevens kinderen en jonge vrouwen in slavernij afgevoerd.
in 1822 op Grieken op het eiland Chios: 50.000 doden (in 1821 waren tijdens de Griekse opstand tienduizenden moslims gedood).
in 1850 op Armeniërs en Nestorianen in Armenië: 12.000 doden
in 1860 op Maronieten en Syriërs in Damascus en Libanon: 11.000 doden
in 1876 op Bulgaren: 15.000 doden
in 1877 op Armeniërs tijdens de Russisch-Turkse oorlog: 6.000 doden
in 1892 op Jezidi’s in Armenië bij Mosoel: 8.000 doden
in 1894 op Armeniërs met name te Sassoun: 12.000 doden
in 1895-1896 op Armeniërs, algemene pogrom: 300.000 doden
in 1896-1897 op Grieken op het eiland Kreta: 55.000 doden
in 1909 op Armeniërs te Adana en omgeving: 30.000 doden
in 1914-1918 op Assyriërs-Chaldeeën, Assyrische genocide: 250.000 tot 275.000 doden
in 1915 op Armeniërs, algemene pogrom en deportatie: 600.000 tot 1.500.000 doden
Andere, niet-christelijke minderheden, zoals Koerden, zijn hierbij niet meegeteld. De aantallen gedode Koerden door systematisch geweld bedragen in dezelfde periode ten minste 500.000.

Hier een vier en half uur durende docufilm over (een deel van) de Ottomaanse “Kwestie”.

Time Of Violence (1988; 288 min.)

is a MUST WATCH Bulgarian movie based on eyewitness written accounts. In the 17th century, a Bulgarian Christian region is selected by the Ottoman rulers to serve as an example of conversion to Islam. A Janissary who was kidnapped from the village as a boy now serving the Ottoman sultan is sent to force the reluctant inhabitants to convert. The Bulgarian Christians have to chose between physical annihilation and losing their spiritual identity. Ultimately torture, violence, and rebellion break out. Based on real events and the novel Vreme Razdelno (Време разделно, “Time of Parting”) by Anton Donchev.The novel is based on two individual eyewitness written accounts – by the priest Aligorko and the Venetian. The resulting text is a translation of the original French and Old Bulgarian (Old Church Slavonic) texts. All names, characters and events appear in the original manuscripts.

The year is 1668 AD. The Ottoman Turkish jihad is in its heat in Southeastern Europe. The Turkish siege of the Venetian fortress of Candia (now Heraklion in Crete) has been lasting for a second decade now. The Rhodope Mountain is seen as a strategically important base of the war but its Christian population is a potential source of instability. The sultan orders its conversion into “the right faith”. The sacred forests and valleys, where according to the legend Orpheus was born, now screams under the yataghans enforcing the foreign creed in blood and fires.

A corps of janissaries is commissioned to the Rhodope Mountains under the command of Kara Ibrahim. At the time, he was, as all the janissaries were, kidnapped from his Bulgarian family, raised as a Muslim, trained to be a ferocious warrior and convert infidels to Islam in a most brutal way. His cruelty stuns even local Ottoman ruler. He stops at nothing but the resistance of some of the locals is invincible. The struggle is half a success, there are many converts, the death toll is heavy, but all the Bulgarian keep their language and traditions on. Most of the Balkans were under the thumb of the Ottoman empire. Ottoman empire was showing its ugliest face during this period in Balkans. Bulgaria was a strategically important area inhabited by unreliable Christian subjects. The sultan decided that they must all convert to Islam, or die. Time of Violence focuses on the fate of one valley during this crisis. The son of the miller was taken off by the Turks years ago, while still a boy, to become a janissary. Janissaries were special troops used by the Ottomans. Recruited (involuntarily) from Christian boys, they were separated from their families at an early age, indoctrinated in Islam, and turned into fiercely reliable troops with no allegiance to anyone but the sultan. The miller’s son is now a highly trusted janissary, with the task of converting his entire home valley to Islam. But the people there take their religion very seriously, and will not submit. The janissary becomes more and more brutal in his attempts to convert the valley, for he must slaughter them all if they don’t take the turban.

https://www.youtube.com/watch?v=gSxIrsmx7vE

Zie ook:

https://youtu.be/gE-XI6blXB0

  • Elke historische daad verricht door de Turken is geprezen en geïdealiseerd. Geschiedenis leerboeken uiten geen enkel woord over de misdaden van Turkije tegenover de minderheden in het land.
  • Deze Turkije-gecentreerde theorieën werden onderwezen in de Turkse scholen en universiteiten in de jaren 1930 onder het bewind van Ataturk. Door middel van deze mythen zijn het racisme en deze irrationele standpunten ingeprent in het Turkse publiek.
  • Blijkbaar heeft het anti-Amerikanisme nieuwe hoogten bereikt in Turkije, en veel Turken hoeven geen solide feiten en bewijsmateriaal te zien om te bepalen wie er achter de staatsgreep zit. Wat hun regering of hun staatshoofd zegt is genoeg voor hen.

https://nl.gatestoneinstitute.org/8812/turkije-vreemdelingenhaat-racisme

Meisjes van Atatürk, zonen van de sultan. Betsy Udink

Samenvatting
In Turkije hebben potentaten altijd de samenleving gemonopoliseerd en hun wil aan de bevolking opgelegd. Betsy Udink beschrijft enkele van die despoten: Enver Pasja, een van de verantwoordelijken voor de Armeense genocide, Mustafa Kemal Pasja (Atatürk), die het land aan de hand van zijn geadopteerde dochters de moderne tijd in dwong, Fethullah Gülen, leider van een machtige islamitische sekte, door zijn volgelingen als een heilige vereerd, Abdullah Öcalan, met zijn Koerdische guerrilla’s verantwoordelijk is voor tienduizenden doden, en ten slotte president Recep Tayyip Erdogan, ‘de Gekozen Sultan’. In andere hoofdstukken, zoals ‘Bilal bey’ en ‘Paris Küaför’, vertelt Betsy Udink over haar grote liefde voor Turkije.
Recensie(s)
De Nederlandse schrijfster van meerdere boeken werkte als correspondente voor allerlei Nederlandse dagbladen, onder andere in Caïro, Damascus en Beiroet. Zij verbleef als diplomatenvrouw een vijftal jaren in Ankara en Istanbul en bereisde Turkije met een tolk. Dit boek bevat een aantal essays over de recente geschiedenis en hedendaagse politiek van Turkije. De stichting van de Republiek Turkije door Atatürk, zijn levenswijze en zijn visie worden in hun tijd geplaatst. De historische achtergronden van de Armeense genocide, de oprichting van de PKK en de Koerden-leider Apo, die op het eiland Imrali gevangen zit, worden in beeld gebracht; alsmede de stad Kars en haar bewoners uit het boek ‘Sneeuw’ van Orhan Pamuk. De Ak-partij, die de secularisatie op vele punten al heeft weten terug te draaien, de wortels, de intenties en de toekomstplannen van president Erdogan komen onomwonden aan het licht. Iedereen, die zich voor dit land interesseert – student, toerist, politicus – dient de inhoud van dit werk serieus te nemen.

Tayyip Erdogan en zijn islamitisch fascistische leermeester
‘We gaan het land zuiveren’
Bij de Turkse parlementsverkiezingen op 7 juni vraagt president Erdogan de kiezers om een grondwetswijziging die van hem een basyüce maakt, Verheven Leider, een term van zijn favoriete dichter en islamitische fascist Necip Fazıl Kısakürek.
(Lees verder op)

https://www.groene.nl/artikel/we-gaan-het-land-zuiveren

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s