Ex-moslima schrijft: ‘Ex-moslims hebben inderdaad geen schijn van kans in Nederland’

 

Wow.

Niet alleen in ons realistische cynisme worden we keer op keer in het gelijk gesteld, ook als we de nuance opzoeken, valt de bevestiging van ons verhaal eloquent geschreven alsook dik onderstreept zomaar hop, in onze mailbox.

Onderstaande mail ontvingen we afgelopen nacht naar aanleiding van het zondagavondtopic ‘Ex-moslims: Geen schijn van kans in Nederland’.

Integrale knip & plak hieronder, en een echte moet-lees voor iedereen die zelfs in 2016 nog denkt dat die islam eigenlijk best wel gewoon gezellig in het polderlandse tolerantiemodel is in te passen, maar ook voor eenieder die besloten heeft alle moslims per definitie met de nek aan te kijken.

Een van de vele ex-moslima`s Mona Walter, die zich onomwonden uitspreekt en daarvoor wordt bedreigt.

 

screenshot_120

Beste Geenstijl redactie,

Allereerst de beste wensen voor het nieuwe jaar en bedankt voor alle content! Ik lees al voor langere tijd Geenstijl als “Elvira” (de screenshot uit dit topic uit 2006 was van mij) en hoewel ik het niet altijd op alle punten met jullie eens ben, blijf ik terugkomen voor jullie frisse kijk, de manier waarop jullie genadeloos de vinger op de zere plek rammen en de neus voor nieuws dat anders “onopgemerkt” blijft door andere nationale media.
Nu het geslijm uit de weg is, tijd om ruw door te stoten naar het werkelijke onderwerp:
Vandaag kwam ik jullie nieuwe bericht tegen, en moest ik toch wel in de pen (of het toetsenbord) kruipen om te reageren. Dat kan echter niet volledig, zonder ook het een en ander van mijn kant toe te lichten. Daardoor is deze e-mail zeker weten lang en mogelijk heel zeikerig (mijn excuses daarvoor), maar ik denk dat het nodig is. Het laat namelijk zien hoe diepgeworteld de zelf opgelegde segregatie van moslims in Nederland ECHT is.
Doe er mee wat jullie willen. Mijn enige verzoek is, dat mochten jullie het publiceren, jullie dan mijn beroep verwijderen (ter voorkoming van identificatie). Elvira is sowieso niet mijn echte naam en de rest heb ik al expres vaag gehouden.

 

screenshot_716
Mijn moeder is Nederlands, en mijn vader Turks. Hij komt uit wat wij in Nederland zouden willen bestempelen als een “gematigde” familie (alle vijf gebeden neemt toch wel veel tijd in namelijk!). Mijn moeder is uit vrije wil bekeerd. En zoals men wel vaker bij bekeerlingen ziet, werd zij daarbij strenger en orthodoxer in haar overtuiging dan mijn vader was.
Mijn ouders zijn echter niet achterlijk en hebben mij als eerste taal Nederlands bijgebracht om te voorkomen dat ik een achterstand zou oplopen. Turks volgde spoedig daarna (vloeiend tweetalig op mijn vierde), en niet veel later Arabisch.
De Islam was de rode draad in mijn opvoeding. Dat begon al heel erg jong, op “kinder kampen” die ik mij alleen van foto’s herinner, waarbij moslimvrouwen met hun kinderen voor een weekend lang naar een of ander hutje op de hei gingen. De kinderen werd geheel pedagogisch verantwoord en spelenderwijs Islam bijgebracht (toneelstukjes, knutselen, boswandelingen) terwijl de moeders islamitisch getinte opvoedkunde bijgebracht werd.
Mijn hele jeugd heb ik mijn zomers afwisselend in Turkije bij familie doorgebracht, of in zogeheten “Koran school”. Dat wil zeggen dat de lokale moskee met subsidie van óf de Nederlandse overheid, of “externe organisaties” (zoals Miligorus) een “imam” uit Turkije over liet vliegen, die het kroost – uiteraard gescheiden op geslacht – dan de hele zomer elke weekdag van 08:30 tot 15:00 onderwijst in de Islam. Een hoofddoekje was verplicht (ook al zou je zelfs binnen de Islam pas een hoofddoek hoeven dragen vanaf de je pubertijd – maar ach, het was goede training). Nederlands praten was zo goed als verboden (wat dat konden de ‘leraren’ niet verstaan), en het was dan ook geen wonder dat mijn klasgenoten, die de Nederlandse taal om te beginnen al nooit goed machtig waren geweest, aan het begin van het schooljaar taalkundig weer onderuit geschoven waren.
Geen zomer? Niet gevreesd! Gedurende het schooljaar, is er elk weekend ook een dag Koranschool!
Het klinkt misschien tenenkrommend, maar destijds ervoer ik het niet als een ramp. Naast dat het wel echt ‘onderwijs’ was, met rapportcijfers en tentamens, werd er veel aan gedaan om het ook ‘leuk’ te maken voor de kinderen, met tripjes naar pretparken, wedstrijdjes en een feestelijke afsluiting. Wat ik veel erger vond, was het gebrek aan diepgang. Ik geloofde namelijk oprecht en in volledige, bezielde overtuiging. Ik gebruikte al mijn mentale en cognitieve capaciteiten om de Islam te begrijpen en mij eigen te maken, en spendeerde mijn vrije tijd aan het leren over de andere grote religies. Niet uit begrip, nee: zodat ik mij in een discussie of gesprek met een ‘ongelovige’ beter kon verdedigen, en met argumenten en logica de bovenhand in het gesprek kon krijgen.
Wanneer je je verdiept in een geloof, maar logica daarbij voor jou belangrijk is, is het slechts een kwestie van tijd voor dat je contradicties tegenkomt, gebruiken en overtuigingen die geen sense maken – ook niet binnen de Islam zelf.
En dan ga je vragen stellen.
In het begin werd dit gewaardeerd. Het betekende immers dat ik echt probeerde te begrijpen, in tegenstelling tot mijn vele leeftijdsgenoten die met glazige ogen alles het ene oor in, en het andere oor weer uit lieten gaan. Maar naarmate mijn vragen meer diepgang kregen en zich steeds verder op logica beriepen, werd het zorgwekkend. Het antwoord “Allah’s wegen zijn ondoorgrondelijk voor de mens”/”Allah is alwetend” werd al snel de standaard reactie, verder doordenken werd ontmoedigd.
Rond mijn pubertijd, toen mijn prefrontale cortex eindelijk goed op gang begon te komen, werden de contradicties teveel. Ik kon tegenover mijzelf niet meer verantwoorden om te geloven in de strikte interpretaties. Ik geloofde nog wel in Allah, maar gooide daar zo’n post-modernistisch westers sausje over heen met “zolang ik een goed mens ben, zal Allah mij accepteren” en “Dat is tussen Allah en mij”. Met het verstrijken van de tijd, geloofde ik steeds minder en sinds 4 jaar zie ik mijzelf als atheïst vanuit een wetenschappelijk paradigma.
In die warboel van wel geloven in Allah, maar niet meer in de Islam, kwam ik destijds voor het eerst op Geenstijl terecht. Ik ben voornamelijk een lurker, maar uit het beperkt aantal reaguursels dat ik in 2006/2007 heb geplaatst, komt dit ook duidelijk naar voren. Ik speel herhaaldelijk de rol van zogeheten “islam-apologist”, waarbij ik de moeite neem om bijvoorbeeld te verdedigen dat vrouwelijke besnijdenis een cultuur is, en niet bij de Islam hoort.
Los van deze continue indoctrinatie, was daar ook nog het dagelijks navigeren tussen de Nederlandse samenleving en het geloof. In tegenstelling tot hun generatiegenoten, hebben mijn ouders op dat gebied namelijk wel intrinsieke normen en waarden. Je hoort te werken voor je geld, netjes je belastinggeld af te dragen en je steentje bij te dragen aan de maatschappij. Zij zijn van het type dat zich beseft dat je geen Islamisering kan afdwingen, maar dit beter kunt verkrijgen door dialoog. Maatschappelijke betrokkenheid werd aangemoedigd en studeren een must. Maar hoe laat je je kind navigeren door een goddeloze maatschappij, zonder dat het afvallig raakt?
Een hele, hele ongezonde dosis wantrouwen.
Het beleid dat mijn ouders aanmoedigden, is er eentje die vele hoogopgeleide moslims in Nederland eigen is: Ja, je bent een onderdeel van de Nederlandse maatschappij en dient je te gedragen naar haar wetten, MAAR je moet NOOIT uit het oog verliezen dat jouw eerste prioriteit de Islam en jouw mede-moslims zijn. Al jouw resources, capaciteiten en mogelijkheden, zouden moeten aangewend worden om de positie van de Islam en de moslims in Nederland makkelijker te maken. Ben je een kinderjuf? Werk vrijwillig in de Moskee. Ben je een dokter? Richt je dan op islamitische patiënten, etc.
En vergeet daarbij nooit, dat je Nederlandse medemens jou nooit zal accepteren zoals jij bent. Hulpverleners kunnen je nooit bijstaan, omdat zij de culturele en religieuze nuances niet begrijpen, scholen en instituties zullen altijd proberen je hun goddeloze variant op te dwingen en je “vrienden” zouden niks liever willen dat je varkensvlees voorschotelen, dronken voeren en overhalen tot orgies.
Je moet een “islamitisch eiland” zijn, dat kan onderhandelen met het “heidense” vasteland, zonder hun cultuur en gebruik echt toe te laten.
Binnen zo een gedachtegoed, is het ook begrijpelijk dat moslims moord en brand schreeuwen wanneer een islamitisch kind wordt ondergebracht bij een niet-religieus pleeggezin. Het is namelijk keihard “bewijs” voor die waarheid, de waarheid waarbinnen de Nederlandse samenleving en overheid proberen moslims te assimileren met een velvet glove.
Hoe kunnen we er ons over verbazen, met al deze factoren in het achterhoofd, dat integratie zo moeizaam loopt?
Ik ben er dankbaar voor dat ik het geluk heb gehad, op te mogen groeien in een Nederland waar Islam nog niet zo een groot probleem was. Waar het uitschelden van islamitische kinderen en tieners in het onderwijs niet de standaard was. Hoewel elk mens graag wil geloven dat zij immuun zijn voor hun omgevingsfactoren, ben ik niet zo onnozel. Zoals talloze experimenten (Millgram, Stanford Prison, Jane Elliot Eye colors, etc) hebben aangetoond, heeft onze omgeving meer invloed op ons dan wij willen toegeven. En als ik was opgegroeid in het anti-islamitische klimaat dat nu heerst, dan had het heel goed anders kunnen lopen. Dan was de afkeer van mijn Nederlandse klasgenoten alleen maar bewijs geweest, brandstof voor het vuur van radicalisering.
Nee, gelukkig was ik omringd door mensen met een gezonde dosis logica, verstand, nieuwsgierigheid en oer Hollands respect. Die velvet glove waar mijn ouders zo voor vreesden, heeft volledig zijn werk gedaan. Mijn vrienden en omgeving respecteerden mij zoals ik was, geloofsovertuigingen en al. Het liet mij zien dat de wereld niet zo zwart-wit was als dat mijn ouders mij in hun religieus gedreven paranoia zo graag hadden wilden doen geloven.
Het aantal orgies viel ook reuze mee.
Maar waar laat dat mij nu, als ex-moslim in Nederland?
Op de eerste blik: prima. Ik oog als een spontane Nederlandse jongedame met een tikje exotisch er door heen (het wordt meestal Spaans of Zuid Amerikaans gegokt, for some reason). Ik ben assertief, welbespraakt, weet waar het feestje is en draai mijn hand niet om voor hard werken of vrijwilligerswerk. De meeste in mijn omgeving hebben geen idee. Voor hen ben ik die openminded malle meid die energiek langs komt stuiteren.
Intern: hopeloos tussen twee werelden.
Wanneer mijn ouders er achter komen dat ik een afvallige ben, zal ik – in het minst erge geval – uit de familie verstoten worden. En dat is nogal wat. Het is stom, maar het blijft mijn familie: ik hou van ze. De gedachte mijn ouders nooit meer te zullen spreken, nooit meer met mijn neefjes of nichtjes te spelen, of mijn grootouders te zien, doet afschuwelijk veel pijn. Ik weet dat zij mij nooit zullen accepteren zoals ik ben, maar dat doet niet af aan wat ik voel.
En dat is dan nog in het beste scenario. Er is namelijk in mijn specifieke geval ook nog eens kans op eerwraak (yay!).
Eerwraak is iets waar we het in Nederland – of eigenlijk de gehele Westerse wereld – niet graag over hebben. We willen namelijk zo graag geloven dat onze moslims hier beter geïntegreerd zijn dan iemand zo bruut het leven ontnemen. Maar dat zijn ze niet.
Het is voor mij de realiteit. Instanties, organisaties en de politie weten vaak niet hoe ze hier mee om moeten gaan, en er zijn helaas genoeg gevallen van eerwraak die voorkomen hadden kunnen worden zonder incompetentie uit die hoek. Speciale vluchthuizen voor eerwraak-onderduikers zitten al jaren overvol, met wachttijden waar je u tegen zegt.
Het is een realiteit die ik lang voor mij zelf heb proberen te ontkennen. Bang voor de mogelijke gevolgen voor mijn leven en heartbroken over het onvermijdelijke verlies. Ik heb contact gehad met hulpverlenende organisaties met een specialisatie in eerwraak, en na zelfs gecombineerd overleg met de politie was het beste stappenplan dat ze me konden bieden als volgt: contact zo natuurlijk mogelijk laten verwateren en dubbel leven ophouden, en dan wanneer ik na mijn studie naar het buitenland wilde, mijn ouders hier niet van op de hoogte stellen. En dan, vanuit de veiligheid van een onbekende locatie, mijn ouders per brief of telefoon op de hoogte stellen. Mochten zij er voor die tijd onverhoopt achter komen, kon ik altijd nog op de wachtlijst voor anonieme herlocatie naar een vluchthuis.
En dat maakt niet gelukkig. De wetenschap dat ik nog zoveel zou kunnen strijden voor een eigen leven, maar dat mijn ouders mij dat in een oogwenk zouden kunnen afnemen via zo’n herlocatie was op zijn zachtst gezegd deprimerend.
Het plan is nooit uitgevoerd. Het leiden van een dubbel leven, de continue stres, angst en het proberen te vermijden van dat pijnlijke punt in de toekomst, hebben zijn tol geëist op mijn mentale gesteldheid. De afgelopen drie jaar ben ik zwaar depressief geweest. Ik heb mijn studie moeten staken, omdat ik al mijn energie nodig had om te kunnen blijven werken. Werken = geld = niet bij mijn ouders wonen. Ik heb geen dag van mijn leven uitkering getrokken, en daar ben ik trots op. In mijn omgeving weten alleen mijn beste vrienden hoe het zit. Aan de rest heb ik het proberen uit te leggen al jaren geleden opgegeven, want “Het blijven toch je ouders? Die zouden dat toch nooit doen?!?”
Het is pas sinds een paar maanden dat ik bezig ben uit de depressie te komen. Het is moeilijk en zwaar, maar ik heb vertrouwen. Daarbij heb ik besloten dat ik het zat ben om te leven als of ik ondergedoken ben: ik ga niet langer wachten, ik ga breken met mijn ouders.
Ik heb het geluk te werken in een veld waar skills en portfolio belangrijker zijn dan een papiertje [beroep verwijderd – red.], dus ook zonder diploma zit ik voorlopig goed. Dankzij dit werk ga ik verhuizen naar de Randstad (zodra ik een betaalbaar appartementje of studio heb gevonden rond Amsterdam of Utrecht, en dat is blijkbaar nogal een klus). Deze verhuizing ga ik aangrijpen om mijn ouders op de hoogte te stellen, zonder ze te vertellen dat ik verhuisd ben. En dan fingers crossed, en hopen dat het goed gaat en ik 2016 in levende lijve, volledige gezondheid en – voor het eerst in mijn leven – als volledig VRIJ persoon tegemoet kan gaan.
Als ik het overleef, is het plan om een paar jaar te gaan werken en sparen, en dan proberen om misschien deeltijd als nog mijn universitaire diploma binnen te halen. Het segment “tweede generatie allochtoon van niet westerse afkomst zonder diploma” is namelijk niet een waar ik mijzelf toe zou willen rekenen.
Alles bij elkaar, verbaasde ik mij niet toen ik op dat wikipedia-artikel voor het Centraal Comité voor Ex-Moslims las dat ze waren opgeheven omdat niemand zich lid durfde te noemen. Dat begrijp ik. Als ik straks mijn plan heb doorgetrokken, durf ik dat ook niet. Ik zal mijn best doen om jarenlang in obscuriteit te leven, en dan uiteindelijk naar het buitenland om ergens anders in de wereld opnieuw te beginnen. Ik hou van Nederland, maar als ex-moslim zal ik hier nooit in absolute, ongeremde vrijheid kunnen leven. Ik wil mijn leven niet doorbrengen met een blik over mijn schouder en de continue angst om mijzelf een keer in de schijnwerpers te plaatsen, waarna een of andere verveelde veertienjarige idioot achterhaalt dat ik ooit moslim was, en daarna de rapen gaar zijn. En dat geldt niet alleen voor mij, en niet alleen in Nederland. Er zijn honderden, zo niet duizenden, mensen in de Westerse wereld, die precies op diezelfde manier in het limbo verkeren.
Dus ja, ex-moslims: geen schijn van kans.
Met vriendelijke groet,
Elvira
[Echte naam & credentials bij redactie bekend & geverifieerd – red.]

http://www.geenstijl.nl/mt/archieven/2016/01/elvira.html

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s