Orthodoxie. G.K. Chesterton

Recensie door Jacques van der Meer

 

9200000074083900(2)

 

© Jacques van der Meer, Tilburg, november 1998.

 

Ik heb dikwijls de neiging gevoeld, een verhaal te schrijven over een Engelsman in een jacht, die een kleine fout maakte in zijn koersberekening en Engeland opnieuw ontdekte met het idee dat het een nieuw eiland in de Zuidzee was’.

Deze opmerking typeert het geniale boek wat Gilbert Keith Chesterton in 1905 schreef. In zijn boek Orthodoxie geeft hij een verdediging van zijn christelijk geloof. Hij doet dit niet met keiharde argumenten of met strikt logische redeneringen. Chesterton verslaat zijn critici met het wapen dat hij het best hanteert: het gezond verstand. Chesterston kan met recht de apologeet van het gezond verstand genoemd worden. Wie zijn werk leest zal verbaasd staan van de kracht waarmee hij vanzelfsprekendheden in een nieuw daglicht doet verschijnen. Orthodoxie is een lust om te lezen, vanwege de prikkelende humor en de vlijmscherpe beschouwingen, die je behoorlijk aan het denken zetten en  keer op keer verrast met het feit hoe Chesterton het voor elkaar krijgt zo goed de dingen te doorzien.

In orthodoxie schrijft Chesterton hoe hij waarheden ontdekte die al veel eerder ontdekt waren. Hij was de man die Engeland ontdekte in de veronderstelling dat hij de eerste was, om tot de conclusie te komen de laatste te zijn. Chesterton beschrijft zijn zoektocht die leidde naar het christelijk geloof op basis van het gezond verstand.

“Wat ik werkelijk probeerde was op eigen houtje een ketterij te grondvesten; en toen ik er de laatste hand aan gelegd had, ontdekte ik dat het een orthodoxie was”.(p11)

In het eerste gedeelte van zijn boek beschrijft Chesterton wat er mis is met veel moderne denkwijzen. In het bijzonder die van de materialist, de rationalist en de scepticus. Volgens Chesterton is een materialist de gevangene van een krankzinnige gedachte. Chesterton vergelijkt dit met een psychisch gestoorde wiens wereldbeeld vaak ineengekrompen is, maar wiens verstand uitzonderlijk goed functioneert. Ook de krankzinnige is vaak gevangene van een gedachte. Het heeft geen zin hem te overtuigen met argumenten, want meer dan eens trek je aan het kortste eind. Er is maar een middel: een dosis gezond verstand, want dat is ten diepste wat er ontbreekt.

Het wereldbeeld van een materialist is uiterst simpel omdat het uit een gedachte bestaat. Deze gedachte bestrijkt alles, maar laat tegelijkertijd alles buiten beschouwing. Of zoals Chesterton het zegt:

‘Ze hebben allemaal precies die combinatie die wij vastgesteld hebben: de combinatie van een wijd om zich heengrijpend en alles verklaren willend redeneervermogen met een ingekrompen gezond verstand’.(p24)

In het volgende pakt hij de scepticus aan. De scepticus leidt volgens Chesterton aan de verkeerde vorm van nederigheid. Chesterton schrijft hierover: ‘er is een denken dat een eind maakt aan het denken. Dat is de enige denkwijze waar een eind aan gemaakt moet worden’ (p38)

Het bijzondere van het denken is, dat het vrij is om zichzelf te vernietigen en dat is waar de moderne denkwijzen op uitlopen. Volgens Chesterton is enkel de godsdienst in staat om de krankzinnige zelfmoordneigingen van de rede te beteugelen. De godsdienst is dus geen vijand van de rede, zij beschermt haar juist. Het zijn de moderne denkwijzen die geleid hebben tot de afschaffing van de rede. Het is de doorgeschoten rationaliteit die tot krankzinnigheid leidt, of zoals Chesterton zegt: ‘de dichter tracht met zijn hoofd in de hemelen te geraken, de logicus daarentegen tracht de hemel in zijn hoofd te stoppen, tot deze uit elkaar knalt’.

In zijn daaropvolgende hoofdstuk werkt hij die eerste gedachten verder uit. Hij bekritiseert de materialist van een eenzijdig en treurig wereldbeeld. Wat de materialist kwijt is, is de verwondering. Volgens de materialist is alles inzichtelijk te maken door zijn oneindig inperkend verstand. De materialist mag niets geloven, omdat alles valt onder onwrikbare wetmatigheden. De christen daarentegen mag alles geloven. Hij valt de materialist daarentegen niet aan met christelijke dogma’s, maar verslaat hem met de simpele nuchterheid van sprookjesland. Het is juist in sprookjes dat het gewone uiterst merkwaardig is, omdat het even goed anders had kunnen zijn. De materialist vat alles op als wet en beschouwt dit nuchter als een vanzelfsprekendheid. In sprookjesland daarentegen blijft men zich verwonderen over elk onnozel dingetje dat plaatsvind.

Chesterton: ‘Ik heb uiteengezet dat de sprookjes in mij twee overtuigingen grondvestten; ten eerste, dat deze wereld een dolle en verbijsterende plek is, die misschien geheel anders had kunnen zijn, maar die verbazend heerlijk is; ten tweede dat men tegenover deze dolle heerlijkheid wel bescheiden mag zijn en zich wel mag onderwerpen aan de zonderlingste beperkingen van zo’n zonderlinge goedheid’.

Nadat hij zich door de wereldbeelden geworsteld heeft ontmoet hij het christelijk geloof. Hij raakt geïnteresseerd in dit geloof omdat hij zoveel tegenstrijdige beschuldigingen leest van materialisten en darwinisten. Chesterton:

‘Ik las nooit een regel christelijke apologie. Ook nu nog lees ik daarvan zo weinig als ik kan. Het waren Huxley en Herbert Spencer en Bradlaugh die mij terugbrachten tot de orthodoxe theologie. Zij zaaiden in mijn geest mijn eerste ordeloze twijfels aan de twijfel…. Toen ik de laatste van kolonel Ingersoll’s atheïstische verhandelingen uit handen had gelegd schoot plotseling de vreselijke gedachte door mijn geest: ‘bijna haalt gij mij er toe over Christen te worden’. Het zag er wanhopig met mij uit.’ (p 106)

Chesterton schrijft dat het juist de atheïsten zijn geweest die hem tot Jezus Christus leiden. Toen hij voor het eerst serieus ging nadenken over het christendom en de vele beschuldigingen las, kwam hij tot de conclusie dat niet het christendom een zonderling verschijnsel is, maar haar critici. Het christendom is wellicht het meest normale wat er is.

Hiermee beëindig ik de bespreking van het boek, hoewel er nog drie hoofdstukken volgen. Chesterton is van grote betekenis geweest voor de ontwikkeling van het denken van C.S.Lewis. In zijn autobiografie ‘Surprised by Joy’, schrijft Lewis al over zijn bewondering voor de genialiteit van Chesterton. Het was mede door de boeken van Chesterton dat Lewis tot bekering kwam.

Wat mezelf betreft, dit boek heeft diepe indruk op me gemaakt vanwege de eenvoudig verbluffende argumentatie. En niet te vergeten de aanstekelijke humor.

 

 

© Jacques van der Meer, Tilburg, november 1998.

 

http://www.apologetique.org/nl/recensies/CVP_Chesterton_orthodoxie.htm

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s